SEARCH
You are in browse mode. You must login to use MEMORY

   Log in to start

level: Level 1 of Week 4: Centraal en decentraal bestuur

Questions and Answers List

level questions: Level 1 of Week 4: Centraal en decentraal bestuur

QuestionAnswer
Wat zijn de verschillende soorten staten?- Federatie: (bondsstaat); verzameling deelstaten die samen één soevereine staat vormen, met hun eigen GW, het is niet mogelijk om uit de bond stappen; - Confederatie: (statenbond); een unie van soevereine staten, het is wel mogelijk om uit de bond te stappen; - Gedecentraliseerde eenheidsstaat: soevereiniteit ligt bij de centrale overheid, maar lagere overheden hebben een zekere mate van autonomie, vastgelegd in de GW; - Eenheidsstaat: heeft een centrale overheid.
Wat is een voordeel en een nadeel van decentralisatie?- Voordeel: het bestuur vindt dichter bij de burger plaats, hierdoor wordt de invloed van de burgers vergroot; democratischer; checks and balances; differentiatie; - Nadeel: er is kans op ongelijke behandeling, regels kunnen per gemeente verschillen (discriminatie); inefficiënt (kost geld); wie kent de lokale bestuurders.
Wat zijn de twee verschillende vormen van decentralisatie?- Territoriale decentralisatie: naar gebieden van een staat; - Functionele decentralisatie: naar taken van de staat.
Wat is het verschil tussen autonomie en medebewind?- Autonomie: algemene bevoegdheid tot regelgeving & bestuur; er worden zelfstandige bevoegdheden overgelaten aan provincies of gemeentebesturen, ter regeling en bestuur van hun eigen aangelegenheden (hun eigen huishouding), deze bevoegdheden zijn opgenomen in de gemeentewet > art. 124 lid 1 GW; - Medebewind: specifieke bevoegdheden o.b.v. wet die medebestuur 'vordert'; er wordt door een hogere regeling medebestuur en regelgeving verlangd of gevorderd, deze bevoegdheden zijn in een andere wet dan de gemeentewet opgenomen > art. 124 lid 2 GW.
Wat zijn de kenmerken van decentralisatie en deconcentratie?- Decentralisatie: bevoegdhedenspreiding (zelfstandige bevoegdheden); geen hiërarchie, wel bestuurlijk toezicht; - Deconcentratie: bevoegdhedenspreiding (zelfstandige bevoegdheden); wel hiërarchie, ambtelijk toezicht.
Wat zijn de grenzen van autonome verordenende bevoegdheid?- Territoriale grens (alleen binnen eigen gemeente); - Zijgrens (wetgevers van gelijke rand, maar met een verschillend oogmerk); - Bovengrens (verordening mag een regel van een hoger orgaan niet doorkruisen); - Benedengrens (verordening mag niet in de privésfeer treden).
Wat zijn de grenzen van de aanvullingsbevoegdheid (van provincie en gemeente)?- Als de hogere regeling later is gekomen, vervalt de lagere regeling (art. 119 Pwet, 122 Gwet); - Als de lagere regeling er later is gekomen, dan is aanvulling mogelijk, mits: (1) hogere regeling niet uitputtend bedoeld is; (2) geen sprake van doorkruising (art. 118 Pwet, 121 Gwet).
Welke rechtsregel vloeit voort uit HR Wilnisser Visser?De HR oordeelt dat de APV verordening de ondergrens van de gemeentelijke verordening bevoegdheid heeft overschreden, doordat er in de privésfeer van de burger getreden wordt en dit mag de gemeente niet doen.
Welke rechtsregel vloeit voort uit HR Emmense Baliekluivers?Een gemeentelijke verordening mag niet in strijd komen met een hogere regeling. In dit arrest oordeelt de HR dat deze wet niet voorziet in hetzelfde onderwerp omdat het doel verschilt dat met beide regelingen wordt beoogd. De motieftheorie speelt hier een rol. De kwestie betreft hier de bovengrens.
Welke rechtsregel vloeit voort uit HR APV Schiermonnikoog?Lagere regels mogen niet in strijd zijn met hogere regels (bovengrens). Doorkruisen is ook een vorm van strijdigheid. Ondanks dat het onderwerp anders was, werd hier toch geoordeeld dat er sprake van van een doorkruising.
Wat is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo)?Een bestuursorgaan dat onderdeel uitmaakt van de centrale overheid. Het is bij wettelijk voorschrift met openbaar gezag bekleed en het is niet hiërarchisch ondergeschikt aan een minister. Er kan via art. 70 GW gecontroleerd worden.
Wat zijn twee vormen van interbestuurlijk toezicht?1. Preventies: de wet eist voor bepaalde daden van decentrale overheden vooraf goedkeuring door een orgaan van een 'hoger' lichaam (art. 132 lid 3 GW); 2. Repressief: toezicht achteraf; vernietiging van besluiten door 'hoger' lichaam als deze in strijd zijn met het recht of algemeen belang; bij verwaarlozing (art. 132 lid 4 en 5 GW).
Wat is het verschil tussen posterieure- en anterieure verordeningen?- Posterieur: art. 118 Provinciewet en 121 Gemeentewet (eerst hogere regeling, dan verordening), - Anterieur: art. 119 Provinciewet en 122 Gemeentewet (eerst verordening, dan hogere regeling)